Taal

De taalvaardigheid van kinderen groeit enorm tijdens de normale ontwikkeling. Het begint met non-verbale communicatie. Dat is een boodschap overbrengen door middel van bijvoorbeeld bewegingen, mimiek of gebaren. Non-verbale communicatie ontwikkelt zich tot verbale communicatie ofwel gesproken taal. Dit is de meest complexe vaardigheid die de mens bezit.

 

Vertraagde taalontwikkeling/taalontwikkelingsstoornis
Er kan sprake zijn van een vertraagde taalontwikkeling wanneer een kind op taalgebied achterblijft. We spreken van een stoornis wanneer de ontwikkeling duidelijk afwijkt van die van leeftijdsgenootjes en/of als de ontwikkeling ernstig achterblijft (meer dan een jaar). Bij een vertraagde taalontwikkeling of een taalontwikkelingstoornis kunnen zich problemen voordoen in:

• het taalbegrip (moeite met begrijpen van taal);
• taalvorm (moeite met zinsbouw; woordvorming);
• de taalinhoud (moeite met woordenschat, verhaalopbouw);
• het taalgebruik (moeite met gebruik van taal in communicatie).

Daarnaast kan er een samenhang zijn met andere stoornissen, zoals een gehoorprobleem of een spraakontwikkelingsachterstand. Tevens spelen andere factoren een rol zoals:

• psychologische factoren (bijvoorbeeld intelligentie);
• sociale factoren (bijvoorbeeld mogelijkheden om met de omgeving in contact te treden);
• taalaanbod (bijvoorbeeld het taalgebruik thuis en de omgeving).

Behandeling
Het is van groot belang dat een vertraagde taalontwikkeling zo vroeg mogelijk wordt onderkend. Een kind heeft van 0 tot 6 jaar een gevoelige periode voor het leren van de taal. Bij onderkenning biedt de logopedist hulp door middel van indirecte en/of directe therapie.

• Bij indirecte therapie worden de ouders door de logopedist geïnformeerd en geïnstrueerd over taalstimulering bij hun kind.
• Bij directe therapie werkt de logopedist met het kind. Tijdens de therapie kan er gewerkt worden aan bijvoorbeeld het uitbreiden van woordenschat, het vervoegen/verbuigen van woorden, het verlengen van zinnen, juist toepassen van woordvolgorde in de zin, het leren van verhaalstructuren, en het maken van oogcontact.

Meertaligheid
Bij meertaligheid gaat het om kinderen van ouders waarvan een of beide ouders een andere taal spreken dan het land waarin zij wonen. Dus met andere woorden ouders die een andere moedertaal dan het Nederlands hebben. Het moment waarop deze kinderen in aanraking komen met de Nederlandse taal kan zeer uiteenlopen. De taalontwikkeling van het Nederlands verloopt natuurlijk anders als je vanaf je geboorte het Nederlands aangeboden krijgt dan pas wanneer je naar school gaat. Als er problemen in de verwerving van de moedertaal zijn dan geeft dit ook problemen in het verwerven van andere talen. Het is echter niet zo dat meertaligheid per definitie problemen op taalgebied geeft. De meeste kinderen kunnen prima twee talen tegelijkertijd leren. Meertaligheid is eerder een voordeel dan een nadeel. Kinderen die meertalig zijn, doen het op bepaalde verstandelijke taken beter dan eentalige kinderen. Het is echter wel van groot belang dat het taalaanbod rijk en grammaticaal correct is. Alleen in de gevallen dat de taalontwikkeling van meertalige kinderen achterblijft ten opzichte van de ontwikkeling van meertalige leeftijdsgenootjes kan het kind hulp van een logopedist krijgen. Er is dan sprake van een taalontwikkelingsstoornis (LINK).

Behandeling
Vroegtijdige onderkenning van de taalproblemen is bij meertaligheid eveneens van belang. Dit kan al voor de periode dat het kind naar de basisschool gaat. De logopedist kan u helpen om duidelijk te krijgen of er sprake is van een taalontwikkelingstoornis. U kunt adviezen en handvatten krijgen op welke manier u het beste de taalontwikkeling van uw kind kunt begeleiden en stimuleren. Het belang van de rol van de ouders in de taalontwikkeling van hun kind wordt benadrukt. Indien nodig wordt er ook met het kind zelf gewerkt aan de taalonderdelen waar het kind moeite mee heeft.

Dyslexie
Behalve gesproken taal is er de geschreven taal. Mensen met dyslexie hebben moeite met lezen en/of spellen. Moeilijkheden met lezen en spellen geven vaak ook problemen met schoolse taken, omdat er een groot beroep gedaan wordt op het talig leren met name het lezen. Voordat kinderen leren lezen en spellen kunnen er al problemen zijn met de spraak- en/of taalontwikkeling. De logopedist is in staat om in een vroeg stadium kinderen die een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van lees- en spellingsproblemen te signaleren.

Behandeling
Het onderkennen in een vroeg stadium kan dyslexie weliswaar niet voorkomen, maar wel de lees- en spellingsproblemen en daarmee samenhangende andere factoren als dalende leermotivatie en faalangst verminderen. De logopedist is niet gemachtigd een dyslexieverklaring uit te schrijven. Wel kunnen wij u adviseren waar en wanneer het raadzaam is een diagnostisch dyslexieonderzoek te laten uitvoeren. De logopedist behandelt kinderen waarbij dyslexie meestal deel uitmaakt van een spraak-/taalstoornis ondermeer op het gebied van auditieve vaardigheden, fonologische vaardigheden, linguïstisch bewustzijn, de beginnende geletterdheid en het aanvankelijk leesproces.

Afasie
Als kind leer je taal die je inzet om te communiceren. In de loop van de tijd verfijn je de taal steeds meer. Wanneer deze verworven taal door een hersenletsel verloren gaat, spreken we van afasie. Afasie, A (= niet) fasie (= spreken), betekent dat iemand niet meer kan zeggen wat hij wil. Afasie is dus een taalstoornis. Geen twee mensen met afasie zijn precies gelijk, afasie is bij iedereen anders. Factoren die van invloed zijn, zijn de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen en iemands persoonlijkheid. Sommige mensen met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met het bouwen van zinnen. Anderen spreken juist wel veel, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen. Deze mensen hebben vaak grote problemen met het begrijpen van taal. Het taalvermogen van de meeste mensen met afasie is dus vaak een stoornis in het begrijpen en/of produceren van taal.

Behandeling
Bijna altijd is er na het ontstaan van afasie enig spontaan herstel van de taal. Zelden of nooit is dat herstel volledig. Toch is er met veel oefenen, telkens weer proberen en volhouden vaak enige verbetering te verkrijgen. Degene die kan helpen met het oefenen van de taal is de logopedist. Een logopedist geeft onder andere taaltherapie. Bij deze therapie staat het weer kunnen communiceren centraal. Bij de verbetering van de communicatie kan een gesprekspartner hulp bieden. De logopedist kan hiervoor aanwijzingen geven. Daarnaast besteedt de logopedist aandacht aan lezen en schrijven. Het optimaliseren van de communicatieve redzaamheid staat centaal in de therapie.

We zijn een allround praktijk en willen ons voor alle hulpvragen inzetten. We willen kwaliteit blijven bieden in onze praktijken. Dit betekent in dit geval echter ook dat we in gevallen van afasie graag doorverwijzen naar een collega-logopedist, omdat we op het moment een minimale actieve rol vertolken op dit specifieke gebied met betrekking tot cursus, praktijkervaring en dergelijke.